Blog – Kijk niet weg!

Kijk niet weg

‘Waarom kun je je er niet gewoon overheen zetten? Wat gebeurd is, is gebeurd. Laat het achter je….’ Denk goed na voordat je dit tegen iemand zegt die jou in vertrouwen neemt over iets wat hem of haar is overkomen. Vooral wanneer het gaat over een traumatische gebeurtenis. Hoe lang het ook geleden mag zijn, de persoon die jou in vertrouwen neemt, vertelt het je omdat het nog steeds deel uitmaakt van zijn of haar dagelijks leven. En het betekent nogal wat dat hij of zij jou in vertrouwen durft te nemen, na misschien jarenlang gezwegen te hebben. Simpelweg zeggen dat hij of zij het verleden moet laten rusten, is niet zinvol en niet eerlijk. Begrijpelijk, omdat je waarschijnlijk niet weet wat je ermee aan moet. Of omdat alleen al het luisteren naar hetgeen die ander is overkomen, heel pijnlijk is. Je voelt je machteloos. Maar luister asjeblieft. Omdat hetgeen hem of haar in het verleden is overkomen, nog alomtegenwoordig is in zijn of haar dagelijks leven. De persoon die je dit toevertrouwt, wordt nog dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van dit trauma. Reageert nog elke dag alsof hij of zij in doodsnood verkeert, of bedreigd wordt in zijn of haar eigenwaarde. En gaat elke verbinding uit de weg, uit angst om weer gekwetst of verlaten te worden.

Als je niet weet hoe het is om er altijd rekening mee te moeten houden dat je gekwetst, vernietigd wordt, en voortdurend in onveiligheid te moeten leven, ga diegene dan niet de les lezen. Die persoon heeft er namelijk niet voor gekozen, en zit niet in een slachtofferrol. Integendeel. Die persoon durft bij jou kwetsbaar te zijn, in de hoop dat jij diegene zal zijn die hem of haar niet zal kwetsen, niet zal veroordelen. En daar is moed voor nodig.

Die persoon probeert te overleven in een maatschappij die je niet alleen niet steunt als je iets is overkomen, maar die zelfs de schuld bij het slachtoffer legt. Blaming the victim. Een verdachte wordt beschermd door het recht: zolang een strafbaar feit niet is bewezen, ga die persoon vrijuit. Voor het slachtoffer geldt dat hij of zij moet bewijzen dat er een misdaad tegen hem of haar is begaan, en meestal ontbreken daarvoor de bewijzen. Want hoe vaak is er een getuige bij als iemand wordt verkracht, bedreigd, of anderszins mishandeld? En hoe vaak zijn er concrete (lichamelijke) bewijzen? En als die er al zijn, worden ze dan serieus genomen?

En stop met zeggen dat ‘vergeven helend is.’ Dat is het namelijk niet, niet zolang je niet serieus wordt genomen in wat jou is overkomen. En als mensen zeggen, oké, er is geen bewijs, dan neemt men dat voor lief. Omdat het namelijk zelden te bewijzen valt.

Het ergste wat je kunt doen als iemand je in vertrouwen neemt, is wegkijken. Simpelweg omdat het feit dat iemand je in vertrouwen neemt, een horde is die veel slachtoffers niet durven nemen. Ze twijfelen over schuld en schaamte. Juist het feit dat ze jou in vertrouwen nemen, betekent veel. Kijk niet weg.

Blog – Bevorder persoonlijk herstel na PTSS, depressie of burn-out.

Blog 3 – maart 2020

Bevorder persoonlijk herstel na PTSS, depressie of burn-out
Na PTSS, een burn-out of depressie wil je graag de draad weer oppakken. Maar bestaat je oude leventje nog wel? En is het verstandig om dat terug te willen? Verder herstel en een goede toekomst gaan vaak gepaard met een nieuwe ‘way of life’. In deze blog geven we je een aantal tips om je persoonlijk herstel na een zware mentale periode te bevorderen.

1. Eigen wil om te herstellen!
Om je persoonlijk herstel te bevorderen is het heel belangrijk dat je zelf gemotiveerd bent en ervoor wilt gaan. Stel jezelf doelen, blijf trouw aan medicatievoorschriften en rond je behandeltrajecten goed af of zet ze juist voort.

 2. Verzamel de juiste mensen om je heen
Welke mensen in jouw omgeving kunnen je helpen? Denk aan mensen die je vertrouwt en waar je altijd op terug kunt vallen. Het herstelproces gaat met up en downs. Het is fijn als er iemand in de buurt is die je onvoorwaardelijk steunt.

3. Breng structuur in je leven
Wanneer je nog niet aan het werk bent, kunnen de dagen zich eindeloos voor je uitstrekken. Het is verleidelijk om lang in bed te blijven liggen en series te kijken. Juist door een dagritme aan te brengen creëer je rust en ga je jezelf beter voelen.

4. Zoek begeleiding voor het mentale herstel
Het is verstandig om in deze fase van het herstelproces begeleiding te zoeken voor het mentale herstel. Bespreek je struggels met een deskundige. Hij kan je helpen je nieuwe ‘way of life’ door te zetten en te omarmen.

5. Zorg voor een goede nachtrust
Een goede nachtrust is uitermate belangrijk voor het herstelproces. Het helpt je om uitgerust aan de dag te beginnen. Je voelt je fitter en je hebt de kracht om de dagelijkse uitdagingen aan te gaan. Lukt het je niet om goed te slapen? Ga dan op zoek naar professionele hulp.

 6. Gezonde voeding is een pré
Je lijf heeft bepaalde vitaminen, mineralen en eiwitten nodig om goed te kunnen functioneren. Een gezond voedingspatroon draagt bij aan je lichamelijk en geestelijk welbevinden. Je hebt meer energie en bent minder vatbaar voor ziektes. Meer weten over gezonde voeding en herstel? Lees het in onze blog over de invloed van voeding.

 7. Ga bewegen!
Ook bewegen is heel belangrijk om je herstel te bevorderen. Je hoeft geen marathon te gaan rennen, maar wat dacht je van een stukje fietsen of een dagelijkse wandeling? Ook activiteiten als yoga of mindfulness dragen bij aan je herstel. Het helpt om weerstand en zelfvertrouwen op te bouwen.

8. Ben open naar je omgeving
Ben open naar je partner, je kinderen en eventuele andere familieleden en vrienden. Door je uitdagingen te delen, begrijpen zij beter wat er speelt. Je zult zien dat het begrip oplevert. Ook kunnen naasten je helpen je nieuwe ‘way of life’ door te zetten.

Om persoonlijk te herstellen heb je ondersteuning nodig van familie, vrienden, ervaringsdeskundigen en hulpverleners. Zij zijn van grote betekenis in alle fases van het herstelproces. Herstel gaat samen met het behandelen van de symptomen. Wat je situatie ook is, het herstelproces is voor iedereen anders. Het is uniek.

Bij Merk Hoe Sterk hebben we veel ervaring met het begeleiden van mensen die na PTSS, een depressie of burn-out hun leven weer willen oppakken. Om je te kunnen helpen kijken we naar jou, en wat jij nodig hebt. Het behandeltraject is altijd op maat gemaakt en uniek voor iedere cursist.

Hoe zie jij de toekomst? Wil je meer weten over het behandeltraject van Merk Hoe sterk? Neem contact op ons op via 085 13 06 355 of info@merkhoesterk.com

Blog – Dansen op een evenwichtskoord

Dansen op een evenwichtskoord

Ik ben opgegroeid in een gezin met een onvoorspelbare moeder, soms lief, soms agressief, en een bange vader. Alleen al het opschrijven van deze zin roept allerlei reacties bij me op: een gebrek aan loyaliteit, verraad, was het wel zo? Na dertig jaar te hebben geworsteld met deze vragen mag ik stellen dat het zo is, was? Je bent het product van je opvoeding. Maar je mag je ouders niet de schuld geven van wat erna gebeurt. Lastige kwestie. Ik beperk me tot het schrijven over hoe het is gegaan.

Mijn moeder was zeer onvoorspelbaar voor mij. Hoewel ik haar oogappeltje was, ondervond ik de gevolgen van haar eigen opvoeding en gekwetstheid van kinds af aan. Liefde ontvangen en me gewaardeerd voelen was niet vanzelfsprekend. Achteraf zeer afhankelijk van mijn moeders gesteldheid, maar in de beleving van mij als kind afhankelijk van mij, van mijn gedrag. De truc was om in haar hoofd te kruipen, mezelf erin bekwamen om te voelen wat zij voelde, te zien wat zij zag. Dat was de enige manier om het goed te doen.

Ik had de twijfelachtige eer om haar oogappeltje te zijn. Ik lijk op haar, en in mij zag zij een spiegel van zichzelf. Afhankelijk van hoe zij zichzelf zag, moest ik me aanpassen. Was zij blij, dan was ik blij. Was zij boos, dan was ik bang. Al snel leerde ik dat mijn moeder wist te overleven door uiterlijk perfect te zijn. Natuurlijk is niemand perfect, maar het nastreven ervan werd een belangrijk wapen voor de buitenwereld, en voor alle nare gevoelens in haar binnenwereld. Ik nam dit gedrag over. Ik leerde dat ‘mooi zijn’ een manier was om aan negatieve emoties te ontkomen. En daarin werd ik haar bondgenote. Zodanig dat mijn uiterlijk vertoon alles was waarmee ik me kon verdedigen tegen kritiek, afwijzing en onzekerheid. Net als zij.

Toen ik een puber was, voelde ik me extreem onzeker en angstig. Zoals elke puber zich voelt. Ik nam het overlevingsgedrag van mijn moeder over en ik focuste me op mijn uiterlijk. Hoewel ik eigenlijk onzeker, stil en verlegen was, zorgde ik ervoor dat ik er perfect volgens de laatste mode uitzag. En ik was mooi. Dat besefte ik toen nog niet, maar daar kwam ik door schade en schande achter. Jongens vonden mij interessant, hoewel ik geen stom woord wist te zeggen in hun nabijheid. Ik had namelijk niet geleerd om iemand te zijn, maar om ‘iets’ te zijn. Mijn zwijgzaamheid werd opgevat als ‘mysterieus’, en alle aandacht die mij ten deel viel slurpte ik op.

Ik leerde dat mijn innerlijk er niet toe deed, zolang mijn uiterlijk maar aantrekkelijk was. En daar acteerde ik op. Ik kreeg vriendjes, tot mijn grote verbazing. Ik werd populair, en wist niet hoe daarmee om te gaan. Ik had enkel één wapen, één bestaansrecht, mijn uiterlijk. En naarmate thuis de relatie met mijn moeder problematischer werd, en naarmate ik me meer voelde afgewezen, kwamen er meer mannen die mij wel aandacht schonken. Niet omwille van mij, maar omwille van mijn uiterlijk. Ik raakte geobsedeerd door mijn uiterlijk, besteedde hele zaterdagen aan het optutten van mezelf voor het uitgaan. Dat was essentieel, van levensbelang, mijn bestaansrecht. En wat ik ervoor terugkreeg was bewondering van mannen. Ik leefde daarnaar, ik slurpte alles op wat ik thuis tekortkwam.

Ik voldeed aan alle wensen, ik was wie zij wilden dat ik zou moeten zijn. Enig zelfgevoel kwam er niet aan te pas. Het ging namelijk niet om mij, maar juist om het verbergen van wie ik innerlijk was, door mijn uiterlijk.

Alle aandacht was welkom. Hoe vluchtig en oppervlakkig dan ook. En hoewel mijn uiterlijk natuurlijk veranderde naarmate ik ouder werd, de interactie bleef hetzelfde. Ik ruilde mijn schoonheid voor aandacht, ik ruilde aandacht voor mijn lichaam, ik ruilde mezelf voor bevestiging. Op welk vlak dan ook. Hoewel ik er meer en meer achter kwam dat ik meer was dan enkel uiterlijk, bleef dit mechanisme in mij leven. Als ik na een avondje stappen een man mee naar huis nam, dan ruilde ik zijn aandacht aan het eind van de avond in voor seks. Ik was me er niet bewust van dat dit niet hoeft. Ik dacht dat het een eerlijke ruil was. Een stukje bevestiging voor mijn lichaam, eerlijk oversteken.

Nu ik erop terugkijk, vind ik het walgelijk. Ik neem het mezelf kwalijk: ik had beter moeten weten. Maar het punt is dat ik niet beter wist. Zelfrespect was iets wat mij nooit was geleerd. Ik zag mezelf als een ruilmiddel. En ja, ik verwijt mezelf dat nog elke dag. Maar guess what: ik wist niet beter. Ik had niet anders geleerd. En nu ik het begin te leren, blijft de vraag of het mijn schuld was. Ik vroeg namelijk niet meer dan hetgeen me ten deel is gevallen. Maar of ik meer verdien? Ja. En zijn er mannen die dit wel snappen? Ja. Zijn er mannen die misbruik hebben gemaakt van mij? Ja. Is dat mijn schuld? Nee. Want ik geloof dat de meeste mensen deugen, en dat de meeste mannen deugen. Een flinke levensles maar het stopt hier en nu. Omdat ik anders wil en anders ben, meer dan een buitenkant. En degenen die dit niet (willen) zien, deugen niet. Maar ik wel.

 

Blog – PTSS

 

PTSS: posttraumatische stressstoornis. Hoewel ik deze term al lang kende, en wist wat het inhoudt, heb ik lange tijd geen seconde gedacht dat dit mij aanging. Hoewel ik traumatische gebeurtenissen heb meegemaakt, zijn de gedachten daaraan vervaagd geraakt door de jaren heen. Ik dacht dat het normaal was, het erbij hoorde en in het bijzonder werd ik geplaagd door de vraag of het mijn schuld was. Het werd een deel van mijn leven, waar ik weinig tot geen aandacht aan besteedde.

In de tussentijd had ik wel allerlei klachten, en in de zoektocht naar de juiste hulp die 20 jaar heeft geduurd, heb ik allerlei diagnoses voorbij zien komen. Voorbij zien komen omdat er nooit echt een diagnose werd gesteld. Wel heb ik allerlei therapieën gevolgd, en veel verschillende hulpverleners gezien. Iedere behandeling en hulpverlener had zijn of haar eigen visie op mijn problematiek. En omdat mijn problematiek zich door de jaren heen ontwikkelde, en veranderde, was het lastig om de vinger te leggen op het echte probleem. Hoewel ik zelf redelijk onderlegd ben in psychische problematiek, raakte ik soms ook in de war door al deze visies. Ik schommelde tussen ‘het gaat wel’ en ‘het gaat niet’, en omdat ik mijn behandelaren ter wille wilde zijn, me altijd wilde inzetten, heb ik een spoor achtergelaten van behandelingen. Soms mislukt, soms gedeeltelijk gelukt, en soms…tja….

Waardoor de gedachte dat het allemaal aan mij lag, ikzelf het probleem was, telkens op de loer lag en telkens opnieuw weer de overhand nam. Wanneer ik tijdens behandelingen sprak over de dingen die ik heb meegemaakt, dan werd daar zeer uiteenlopend op gereageerd. Alle reacties hadden gemeenschappelijk dat het aanpakken van die gebeurtenissen, de trauma’s, niet op de voorgrond stond. Nee, hoe ik ermee omging, dat was het belangrijkst. Het liefst in het hier en nu. En omdat ik een aan pakker ben en overal eerst mijn eigen verantwoordelijkheid in zie, ging ik meestal mee in alle goedbedoelde behandelvormen en adviezen. En bleef ik denken dat ik het probleem was, dat het zelfs mijn schuld was, waardoor ik steeds harder ging werken om ermee om te kunnen gaan.

Als ‘noodoplossing’ vanwege lange wachtlijsten in de GGZ, meldde ik me aan bij Psytrec. Tijdens de intakeprocedure bleef ik benadrukken dat ik geen last had van herbelevingen, in elk geval niet in de vorm zoals het volgens de diagnose PTSS beschreven staat. Ik had weliswaar last van terugkerende nachtmerries en vooral onbewuste angsten, maar het beeld van echte herbelevingen paste mij niet. Ik was dan ook hoogst verrast om na de intake bij Psytrec te horen dat PTSS bij mij was vastgesteld, en dat ik in aanmerking kwam voor de achtdaagse intensieve behandeling. En nog bleef de twijfel bij mij bestaan. Zelfs tijdens de behandeling, die ik, mede door mijn twijfels, enkele keren heb uitgesteld. Door alle voorgaande behandelingen was ik het vertrouwen in behandelaars enigszins kwijtgeraakt. Niet vanwege hun toedoen, maar eerder vanwege het idee dat het waarschijnlijk aan mij lag dat behandelingen tot dan toe nog niet het gewenste effect hadden gehad. Ik twijfelde niet aan de behandelaren, maar aan mezelf.  

Tijdens de behandeling bij Psytrec besefte ik dat deze twijfel niet zozeer de diagnose PTSS betrof, als wel de vraag of hetgeen mij is overkomen mijn schuld was. Deze schuldvraag werd het grote thema in mijn behandeling, mijn rode draad. En pas na keer op keer de bevestiging van professionals te hebben gekregen dat het niet mijn eigen schuld was, kon ik iets loslaten. Nog niet alles, maar wel veel. Heel veel. Het besef dat hetgeen mij overkomen is, niet mijn schuld is, is bevrijdend, verdrietig, onrechtvaardig en verwarrend tegelijkertijd. Ik ben gedwongen, door de ervaringen die ik opdeed bij Psytrec, om mijn negatieve, ongenuanceerde en harde oordeel over mezelf los te laten. Niet ‘proberen’ om los te laten, of ‘hopen’ dat je het kunt loslaten, maar het echt loslaten. Mijn zelfbeeld en wereldbeeld veranderden daarmee binnen acht dagen. Dat is veel om te verwerken en daar ben ik nog steeds mee bezig. De behandeling bij Psytrec is immers het begin, hoeveel behandelingen je daarvoor ook hebt ondergaan. Het is een kwestie van het loslaten van het oude en vertrouwen hebben in het nieuwe, het onbekende: een leven waarin je zoveel autonomie en vrijheid hebt dat het je gaat duizelen van de mogelijkheden die jij hebt. Juist jij. Het is de sprong in een diepte die je nog niet kent, maar die je gaat leren kennen. Niet meer vechten tegen maar voor jezelf. Omdat je dat inmiddels wel hebt verdiend. Het is het verschil tussen overleven en leven.

Bron: cursist van Merk Hoe Sterk.

Depressie ontstaat niet in het brein maar in de darmen.

Bron: GGZ Nieuws

10 juli 2018 –  In ons darmstelsel bevinden zich vijftig biljoen bacteriën die samen het microbioom vormen en een enorme invloed hebben op onze lichamelijke en mentale gezondheid. Dokter Michael Mosley schreef er Het slimmedarmendieet over, zo meldt topics.nl

In Het slimme darmendieet legt dokter Michael Mosley (61), presentator van uitstekende wetenschapsprogramma’s op de BBC, uit hoe het microbioom ons immuunsysteem en ons lichaamsgewicht mee bepaalt, maar ook hoe het een rol speelt bij mentale problemen als angst en depressie.

We weten pas sinds kort hoe belangrijk de bacteriën in onze darmen zijn. Hoe komt het dat het zo lang heeft geduurd?

“Omdat we nu pas de technologie hebben om ze te identificeren. In onze darmen leven duizenden soorten bacteriën, maar de meeste kunnen niet overleven buiten hun vertrouwde omgeving. Het overgrote deel kun je ook niet in een laboratorium kweken. Maar dankzij de gentechnologie kunnen we nu darmbacteriën opsporen aan de hand van stukjes DNA. We kunnen ze nog altijd niet zien, maar door de genetische sporen die ze achterlaten, kunnen we ze identificeren. We kunnen ook zien welke invloed veranderingen in de darmflora hebben op onze eetlust, onze hersenen en nog veel meer.

Kunt u kort uitleggen wat het microbioom juist is?

“Dat zijn de 1 à 2 kilo microben die in onze darmen leven. Rare wezentjes die nooit het daglicht zien en die niet kunnen overleven in een omgeving met zuurstof. Er leven minstens duizend soorten bacteriën die voortdurend in gevecht zijn met elkaar. Behalve bacteriën vind je er ook virussen en schimmels. Het is een ecosysteem op zich. Sommige bacteriën zijn goed voor ons en sommige slecht.”

Ons microbioom is er slechter aan toe dan vroeger, schrijft u.

“Daar bestaat geen twijfel over. Ontlastingsstalen van veertig à vijftig jaar geleden bevatten een veel grotere variatie aan bacteriën dan recente stalen. Vooral bij kinderen is het verschil opvallend. De Hadza, een stam uit Tanzania, hebben een bioom dat veel diverser is dan dat van de westerse mens. Oudere mensen die nog supergezond zijn, blijken meestal ook een zeer gezond en divers microbioom te hebben. We weten nog lang niet alles over alle darmbacteriën, maar we weten wel dat een grote diversiteit heel belangrijk is.”

De titel van uw boek is niet toevallig gekozen: in onze darmen zit een soort tweede brein, dat met ons ‘gewone’ brein communiceert.

“Het brein in ons hoofd is één homp hersencellen. Het brein in onze darmen bevat ongeveer evenveel hersencellen als het brein van een kat en ligt als een dun laagje over de hele lengte van het darmstelsel. Het bestaat uit precies dezelfde hersencellen als die van ons andere brein en produceert dezelfde neurotransmitters. Het communiceert met onze hersenen via de nervus vagus, de zenuw die de hersenen met de darmen verbindt en één van de belangrijkste zenuwen die we hebben. Ze is ook supersnel, omdat onze darmen en hersenen zeer snel moeten kunnen communiceren met elkaar. De bacteriën in onze darmen kunnen dat systeem hacken en de signalen wijzigen. Zo kunnen ze ons hoofdbrein instructies geven.

‘We hebben lang gedacht dat een depressie in het brein ontstaat, maar er is steeds meer bewijs dat het in de darmen gebeurt’

“Dat doen ze ook langs een andere en veel tragere weg, namelijk via het bloed. Darmbacteriën produceren chemicaliën die een invloed hebben op het humeur, zoals serotonine, of neurotransmitters met een kalmerende werking. Ze maken ook veel dopamine aan, ook bekend als het gelukshormoon. Ze doen dat wellicht om ons te belonen wanneer we dingen eten die ze graag lusten. Ze hebben er ook alle belang bij om zoveel mogelijk nuttige voedingsstoffen binnen te krijgen, want daar beneden is het voortdurend oorlog. Al die bacteriën doen er alles aan om te overleven en de sterkste te worden, onder andere door onze appetijt te manipuleren. Ze bepalen dus mee wat we eten.

Is dat tweede brein ook een recente ontdekking?

“Nee, hoor. Dertig jaar geleden, toen ik geneeskunde studeerde, was het al bekend. Het werd toen ook al het tweede brein genoemd. Men vond het wel fascinerend, maar niemand kwam op het idee het nader te onderzoeken. Men denkt nu dat het brein in ons hoofd waarschijnlijk zelfs is geëvolueerd uit het brein in onze darmen. Octopussen en sommige primitieve levensvormen hebben alleen maar een brein in hun darmen, en geen in hun hoofd.”

Welke informatie wisselen die twee breinen uit?

“We weten dat het gewone brein signalen stuurt als ‘Ik heb hier net flink gegeten, bereid je daar beneden maar voor op de komst van een steak met frieten.’ Het lagere brein stuurt dan weer signalen naar boven bij een depressie, vreemd genoeg.

“Een psychiater vertelde me dat mensen met een depressie vaak met ernstige constipatie kampen. Dat is al lang bekend, maar niemand is ooit op het idee gekomen om de constipatie te verhelpen en te zien of de depressie dan verbeterde. En dat blijkt wel het geval. Dat komt niet omdat mensen zich beter voelen omdat ze niet meer verstopt zijn, maar omdat de constipatie een rechtstreeks effect heeft op het brein. We hebben lang gedacht dat een depressie in het brein ontstaat, maar er is steeds meer bewijs dat het in de darmen gebeurt. In je lichaam heb je voortdurend kleine ontstekingen en de darmbacteriën spelen daarbij een grote rol.

Bron: https://www.ggznieuws.nl/home/depressie-ontstaat-niet-in-het-brein-maar-in-de-darmen/