Wederzijds begrip bij PTSS – deel 1

Communicatie en wederzijds begrip

Wanneer iemand aan PTSS lijdt heeft dit meestal een grote impact op het leven van de persoon zelf en hun naasten. Het leven kan er heel anders uit gaan zien. Naasten kunnen een belangrijke rol spelen, bij het verloop van de therapie en het herstel voor de persoon die lijdt aan PTSS. Belangrijk is het hierbij, om een weg te vinden “hoe hiermee om te gaan?”, daarnaast ervoor te zorgen dat je er “zelf niet aan onder doorgaat”. Communicatie en wederzijds begrip is hierbij het sleutelwoord.

Wanneer je begrijpt wat er gebeurt kun je effectiever “ondersteuning” bieden. Daarnaast geeft het veel inzicht waarom bepaalde tools op het ene moment wel effectief zijn en op een ander moment totaal niet. Dit verschilt namelijk per fase. Een plan van aanpak opstellen is hierbij een mooie tool.

Begrijpen wat er gebeurt

Bij een Posttraumatische stressstoornis ervaart zoals de naam al zegt: iemand voortdurend stress. Je hebt nare/levensbedreigende ervaringen uit je verleden niet kunnen verwerken. Dit zorgt ervoor dat het overlevingsmechanisme constant AAN staat. 

  • Je bent (over)gevoelig voor alles om je heen.
  • Met als gevolg dat je steeds sneller ontregeld raakt.
  • Hierdoor ga je uiteindelijk steeds meer situaties uit de weg.

(triggers – herbeleving – vermijding)

Dit verklaart waarom het leven van iemand met PTSS steeds kleiner en beperkter wordt. Uiteindelijk zorgt dit voor een vicieuze cirkel waar men lastig uit kan stappen. Voor omstanders is dit soms lastig te begrijpen.

Wat zijn triggers, herbelevingen en wat houdt vermijding in? 

Triggers:
We worden in ons dagelijkse leven met uiteenlopende dingen geconfronteerd. Deze kunnen letterlijk of figuurlijk een verband houden met onverwerkte trauma’s. Waardoor een reactie van onveiligheid wordt opgeroepen, ons systeem/lichaam wordt dan “getriggerd” om vanuit het overlevingsmechanisme te reageren.

Voorbeelden van triggers:

  • soort gelijke situaties – je wordt van achteren benaderd, iemand vertelt je wat je allemaal niet goed hebt gedaan (je bent een mislukking);
  • zelfde soort “voorwerp” – touw, (kleur)auto, liniaal of een hond;
  • gewaarwording – bepaalde geur, horen van een ambulance, minder lucht krijgen;
  • lichaamshouding – liggen op de rug, in elkaar gedoken zitten.

Meer lezen over triggers…

Herbeleving:
Tijdens een herbeleving bevindt de persoon zich opnieuw in de traumatische ervaringen. De persoon ziet, ruikt, hoort, proeft en voelt alles weer zoals toen het gebeurde. Deze herbelevingen komen vaak tot uiting als flashbacks of tijdens de slaap als nachtmerries. Triggers zijn hiervoor de aanleiding.

Vermijding:
Situaties uit de weg gaan die triggers kunnen oproepen waardoor je in een herbeleving terecht komt. Wanneer je meermaals getriggerd wordt en hierdoor steeds in een herbeleving terecht komt is het logisch dat je deze situaties en dingen uit de weg wilt gaan. Je doet alles om ervoor te zorgen dat deze trauma’s niet herbeleefd worden. Helaas zorgt deze vermijding ervoor dat de PTSS in stand gehouden wordt. Je brein kan geen nieuwe ervaringen opdoen. De heftige reacties die in het verleden behulpzaam waren kunnen in het hier en nu niet ontkracht worden. Er ontstaat geen ruimte voor verandering.  

“Je wordt steeds gevoeliger voor alles om je heen en komt in een vicieuze cirkel terecht. Een gevoel van veiligheid en ontspanning ooit nog kunnen ervaren lijkt onmogelijk.”

Plan van aanpak

Om een plan van aanpak te maken is het goed om de verschillende fases waar iemand in kan verkeren verder uit te leggen. Bij de Polyvagaal theorie wordt om het visueel te maken gebruik gemaakt van een ladder. Deze ladder is verdeeld in drie delen en geeft ons autonome zenuwstelsel weer. Het verschilt per deel wat helpend is.

Autonome zenuwstelsel

Autonome zenuwstelsel reageert buiten onze wil om “automatisch”. Het is onderdeel van ons overlevingsmechanisme. We zijn ons hier niet van bewust en hebben er geen controle over. Wel ervaren we de fysieke reacties.

Veilig en sociaal betrokken (ventrale vagus) 
Bovenaan de ladder voel je je veilig en heb je de mogelijkheid sociaal betrokken te zijn in je omgeving. De wereld is veilig genoeg, je hoeft je niet fantastisch, extreem gelukkig of perfect te voelen, het is gewoon oké of goed. 

Vechten en vluchten (sympathisch zenuwstelsel)
Wanneer we worden overspoeld door een emotie of ergens van schrikken, dan dalen we af op deze ladder. We komen terecht in onze vecht en/of vlucht reactie, ons systeem wordt door een ‘trigger’ alert gemaakt. Je hartslag verhoogd en je scant de omgeving op mogelijk gevaar. Hierdoor verleg je de focus en wordt er moeite ervaren om op een sociale manier in contact te zijn met je omgeving. 

Bevriezen, ineenstorten en dissociatie (dorsale vagus)
Wanneer dit vechten of vluchten niet mogelijk is of het gewenste resultaat geeft dan dalen we af naar het onderste gedeelte van de ladder. Je komt terecht in freeze, ineenstorting en dissociatie. Hebt niet voldoende energie meer om je systeem te laten functioneren. Verliest het contact met de buitenwereld, bent niet meer bereikbaar en verliest misschien zelfs het contact met jezelf. 

“Meestal bevinden mensen met PTSS zich in de onderste twee delen. Het lijkt voor hen onmogelijk om boven aan de ladder terecht te komen. Met behulp van therapie en ondersteuning van naasten kan men leren stap voor stap weer meer in deze bovenste zone terecht te komen.”

In iedere zone zijn andere tools behulpzaam daarom is het belangrijk deze te verdelen. Voor alle drie deze toestanden kun je een apart overzicht maken samen met je partner/naasten. Hoe je hiermee aan de slag gaat lees je in de volgende blog.

Recommended Posts